Veiling op grond van hypotheek

Als een schuldenaar in verzuim is jegens de bank, meestal omdat hij de rente en/of aflossingen niet meer (of niet op tijd) betaalt, is de bank (“hypotheekhouder”)  bevoegd het registergoed welke in de hypotheekakte als onderpand werd opgenomen meteen in het openbaar te verkopen (“recht van parate executie”). Meestal krijgt de schuldenaar eerst een of meerdere aanmaningsbrieven voordat het zover komt.

De hypotheekhouder verzoekt de notaris tot veiling over te gaan. In overleg met die hypotheekhouder wordt een veilingdatum vastgesteld, en wordt de veilingdatum door de deurwaarder aan de belanghebbenden zoals omschreven in de wet betekend. Daarna wordt de advertentie met de aankondiging van de veiling in verschillende kranten gepubliceerd, waarbij tussen de eerste advertentie en de veilingdatum minimaal 30 dagen zullen zitten.

In de advertentie staat opgenomen dat tot uiterlijk veertien dagen vóór de veiling schriftelijk een onderhands bod kan worden gedaan bij het notariskantoor.

Alle onderhandse biedingen zullen door het notariskantoor aan de bank en de eigenaar worden doorgestuurd. Als de bank een bod aanvaardt maakt het notariskantoor een koopovereenkomst op die ter goedkeuring aan de rechter zal worden voorgelegd. Op het moment dat deze koopovereenkomst (met alle onderliggende stukken) tijdig bij de rechter wordt ingediend, vervalt de voor de veiling bepaalde dag. De rechter beoordeelt de koopovereenkomst en als hij deze goedkeurt komt de koop tot stand. Keurt de rechter de koopovereenkomst niet goed, dan stelt hij een nieuwe veilingdatum vast. Let wel: het onderhandse bod zoals hier besproken moet onvoorwaardelijk zijn! Er kan dus bijvoorbeeld geen voorbehoud van financiering worden gemaakt bij een dergelijk bod.